De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 8 december 2025 uitspraak gedaan over de beroepen van belanghebbende tegen de WOZ-beschikkingen en aanslagen onroerendezaakbelasting (OZB) over het jaar 2024 voor drie objecten. De bezwaren waren niet tijdig ingediend, waardoor de heffingsambtenaar deze terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
De rechtbank oordeelt dat de wettelijke termijn van zes weken voor het indienen van bezwaren is overschreden. De dagtekening van de aanslagbiljetten was 31 mei 2024, waardoor de bezwaartermijn op 12 juli 2024 eindigde. Het bezwaarschrift werd pas op 28 oktober 2024 gepost en op 30 oktober 2024 ontvangen. Belanghebbende heeft geen verontschuldigbare omstandigheden aangevoerd die de termijnoverschrijding rechtvaardigen.
De rechtbank stelt vast dat belanghebbende de aanslagen heeft voldaan op 30 juli en 29 augustus 2024, wat bevestigt dat de aanslagbiljetten tijdig zijn ontvangen. De verzoeken om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn worden afgewezen, omdat de redelijke termijn niet is overschreden.
De beroepen worden daarom ongegrond verklaard en de bestreden besluiten blijven in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen kunnen binnen zes weken verzetschrift indienen als zij het niet eens zijn met deze uitspraak.