ECLI:NL:RBZWB:2025:8885
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen verlening omgevingsvergunning voor woningbouw in gemeente Oisterwijk
Stichting [eiseres] uit [plaats 1] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oisterwijk om aan [bedrijf] B.V. een omgevingsvergunning te verlenen voor de bouw van tien grondgebonden woningen en drie appartementen aan de [bestemmingsplan]. Het college had het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en de vergunning in stand gelaten.
De rechtbank heeft op 4 december 2025 de zaak mondeling behandeld en direct uitspraak gedaan. Eiseres voerde aan dat artikel 6.2, onder h, van het bestemmingsplan via exceptieve toetsing buiten toepassing moest worden gelaten wegens strijd met hoger recht. De rechtbank oordeelde dat exceptieve toetsing pas aan de orde is als het bestemmingsplan onherroepelijk is, wat hier niet het geval is omdat er nog een procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak loopt.
Daarnaast stelde eiseres dat sprake was van strijd met het evenredigheidsbeginsel, maar de rechtbank verwierp dit omdat het wettelijke systeem een gebonden bevoegdheid betreft en geen discretionaire ruimte laat. Ook het ontbreken van een voorlopige voorziening speelde mee.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de omgevingsvergunning blijft gelden. Eiseres krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van Stichting is ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning blijft van kracht.