AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van beroepsgronden tegen WOZ-beschikking
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-beschikking/aanslag onroerendezaakbelasting van de gemeente Waalwijk. De rechtbank beoordeelt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat belanghebbende in het beroepschrift geen gronden heeft vermeld waarop het beroep is gebaseerd.
De rechtbank heeft belanghebbende meerdere malen in de gelegenheid gesteld om de ontbrekende gronden binnen gestelde termijnen aan te leveren, waaronder een schriftelijk verzoek op 24 mei 2024 en een digitale notificatie op 10 september 2024. Ondanks deze herstelmogelijkheden heeft belanghebbende geen beroepsgronden ingediend en geen verontschuldiging voor dit verzuim gegeven.
Op grond van artikel 6:6 vanPro de Algemene wet bestuursrecht verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Hierdoor blijft het bestreden besluit ongewijzigd van kracht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter S.J. Willems-Ruesink en griffier W. Dekkers op 15 december 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van tijdig ingediende beroepsgronden.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/3582
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 december 2025 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Waalwijk, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 20 februari 2024. Het beroep ziet op de WOZ-beschikking/aanslag onroerendezaakbelasting voor het object [adres] te [plaats] met [aanslagnummer] .
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat belanghebbende de gronden van het beroep niet heeft vermeld en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. [1] Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 vanPro de Awb niet-ontvankelijk verklaren. [2]
Heeft belanghebbende de gronden tijdig vermeld?
4. Belanghebbende heeft in zijn beroepschrift geen beroepsgronden vermeld en verzocht om de beroepsgronden binnen een termijn van vier weken in te mogen dienen. De rechtbank heeft belanghebbende in haar bericht van 24 mei 2024 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. De griffier heeft vervolgens op 10 september 2024 in het digitaal dossier van belanghebbende een bericht geplaatst. Belanghebbende is hierbij nogmaals in de gelegenheid gesteld om gronden aan te leveren binnen twee weken na dagtekening van het bericht. Van de plaatsing van dit bericht is op dezelfde datum een notificatie aan belanghebbende verzonden naar het door hem voor dit doel opgegeven e-mailadres. Daarom neemt de rechtbank aan dat belanghebbende dit bericht op 10 september 2024 heeft ontvangen. [3] Belanghebbende heeft binnen die termijn geen gronden ingediend. Belanghebbende heeft de beroepsgronden dus niet tijdig vermeld.
Is het niet tijdig vermelden van de gronden verontschuldigbaar?
5. Belanghebbende heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van mr. W. Dekkers, griffier, op 15 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Voetnoten
1.Dit staat in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb.