ECLI:NL:RBZWB:2025:8935

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 december 2025
Publicatiedatum
15 december 2025
Zaaknummer
BRE 24/6788
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:24 AwbArt. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging en handelsregisteruittreksel

Belanghebbende B.V. heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over het jaar 2017, inclusief een opgelegde boete en belastingrente. Het beroep is ingediend door een gesteld gemachtigde zonder dat een machtiging of een uittreksel uit het handelsregister werd overgelegd.

De rechtbank heeft de gemachtigde meerdere malen verzocht om binnen gestelde termijnen deze documenten te overleggen, maar deze verzoeken zijn niet nagekomen. Er is geen verontschuldiging voor het verzuim gegeven. Omdat belanghebbende een niet-natuurlijk persoon betreft, is het ontbreken van een uittreksel uit het handelsregister een essentieel gebrek.

De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is en verklaart het beroep niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet overleggen van een machtiging en een uittreksel uit het handelsregister.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/6788

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 december 2025 in de zaak tussen

[belanghebbende] B.V., uit [plaats] , belanghebbende

(gesteld gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 9 augustus 2024. Het beroep ziet op de naheffingsaanslag omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 2017 t/m 31 december 2017 met [aanslagnummer] en bij beschikking opgelegde boete en in rekening gebrachte belastingrente.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat gesteld gemachtigde geen machtiging heeft ingediend en geen uittreksel uit het handelsregister heeft ingediend. Dit verzuim heeft gesteld gemachtigde niet tijdig hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. [1] Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. [2]
Is een machtiging en een uittreksel uit het handelsregister overgelegd?
4. Het beroepschrift is ingediend door gesteld gemachtigde. Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van belanghebbende. Hij heeft bij het beroepschrift echter geen machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om dit beroep in te stellen namens belanghebbende. Daarnaast is belanghebbende een niet-natuurlijk persoon en heeft gesteld gemachtigde geen uittreksel van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel ingediend.
5. De rechtbank heeft gesteld gemachtigde in haar brief van 14 oktober 2024 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Bij de aangetekende brief van 21 november 2024 is nogmaals verzocht om binnen twee weken dit verzuim te herstellen. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 22 november 2024 om 13:51 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. Gesteld gemachtigde heeft binnen die termijn geen machtiging en geen uittreksel uit het handelsregister ingediend.
Is het niet tijdig indienen van een machtiging en een uittreksel uit het handelsregister verontschuldigbaar?
6. Gesteld gemachtigde heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Uit het beroepschrift blijkt dat gesteld gemachtigde niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 15 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.
2.Dit staat in artikel 6:6 van Pro de Awb.