ECLI:NL:RBZWB:2025:8936

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 december 2025
Publicatiedatum
15 december 2025
Zaaknummer
BRE 24/1435
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:5 AwbArt. 8:24 AwbArt. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden en machtiging bij belastingrente aanslag

Belanghebbende B.V. heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur over de belastingrente bij een aanslag vennootschapsbelasting. Het beroep is ingediend door een gesteld gemachtigde die geen machtiging heeft overgelegd en geen beroepsgronden heeft vermeld.

De rechtbank heeft de gemachtigde meerdere malen verzocht om binnen gestelde termijnen de ontbrekende machtiging en gronden te overleggen. Ondanks ontvangst van de aanmaningen heeft de gemachtigde hieraan geen gehoor gegeven en geen verontschuldiging voor het verzuim gegeven.

Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht verklaart de rechtbank het beroep daarom niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft en de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door rechter S.J. Willems-Ruesink en griffier W. Dekkers op 15 december 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en machtiging.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/1435

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 december 2025 in de zaak tussen

[belanghebbende] B.V., uit [plaats] , belanghebbende

(gesteld gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 4 december 2023. Het beroep ziet op de belastingrente in rekening gebracht bij de aanslag vennootschapsbelasting met [beschikkingsnummer] .
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat gesteld gemachtigde geen gronden en geen machtiging heeft ingediend. Dit verzuim is niet tijdig door gesteld gemachtigde hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. [1] Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Daarnaast dient iemand die namens een ander beroep instelt, op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. [2] Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. [3]
Zijn er gronden en een machtiging overgelegd?
4. Het beroepschrift is ingediend door gesteld gemachtigde. Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van belanghebbende. Hij heeft bij het beroepschrift echter geen machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om dit beroep in te stellen namens belanghebbende. Daarnaast heeft gesteld gemachtigde geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. Het bijvoegen van een kopie van de uitspraak op bezwaar geldt niet als motivering.
5. De rechtbank heeft gesteld gemachtigde in haar brief van 6 maart 2024 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Het verzoek is herhaald bij aangetekende brief van 19 augustus 2024 met daarin een termijn van twee weken. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 20 augustus 2025 om 08:10 uur is afgehaald en dat voor ontvangst is getekend. Gesteld gemachtigde heeft binnen die termijn geen machtiging en gronden ingediend.
Is het niet tijdig indienen van gronden en een machtiging verontschuldigbaar?
6. Gesteld gemachtigde heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Uit het beroepschrift blijkt dat gesteld gemachtigde niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 15 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb.
2.Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.
3.Dit staat in artikel 6:6 van Pro de Awb.