ECLI:NL:RBZWB:2025:8938

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 december 2025
Publicatiedatum
15 december 2025
Zaaknummer
BRE 24/8222
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:5 AwbArt. 1 Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraakArt. 7:1 AwbInvorderingswet 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd inzake verrekening aanslag Zorgverzekeringswet

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de ontvanger van de Belastingdienst inzake de verrekening van een bedrag van € 8,00 met de aanslag Zorgverzekeringswet 2013. De rechtbank heeft belanghebbende geïnformeerd dat de belastingrechter niet bevoegd is om over deze verrekening te oordelen en heeft gevraagd of het beroep werd ingetrokken. Belanghebbende heeft het beroep niet ingetrokken.

De rechtbank heeft vervolgens zonder zitting uitspraak gedaan op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De ontvanger had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat verrekening van bedragen niet bij voor bezwaar vatbare beschikking plaatsvindt. De rechtbank bevestigt dat de belastingrechter in beginsel niet bevoegd is om te oordelen over beslissingen van de ontvanger op grond van de Invorderingswet 1990, tenzij er een uitzondering geldt. De verrekening van bedragen valt niet onder een uitzondering.

Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd om het beroep te behandelen. De rechtbank wijst erop dat geschillen over verrekening van bedragen kunnen worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter. Partijen is tevens gewezen op de mogelijkheid van verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over het beroep tegen de verrekening van € 8,00 met de aanslag Zorgverzekeringswet 2013.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/8222

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 december 2025 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende

en

de ontvanger van de Belastingdienst, de ontvanger.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de ontvanger van 13 november 2024. Het beroep ziet op de verrekening van € 8,00 met de aanslag Zorgverzekeringswet 2013 met [aanslagnummer] .
1.1.
Op 20 december 2024 heeft de rechtbank belanghebbende medegedeeld dat de belastingrechter niet bevoegd is om de beslissing tot verrekening in stand te laten of de beslissing tot verrekening op zichzelf te beoordelen. De rechtbank heeft belanghebbende gevraagd of hij het beroep wil intrekken.
1.2.
Op 20 januari 2025 heeft de rechtbank de intrekkingsverklaring retour ontvangen. Op de intrekkingsverklaring heeft belanghebbende aangegeven het beroep niet in te willen trekken.
1.3.
Omdat de belastingrechter kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Met dagtekening van 13 november 2024 heeft de ontvanger het bezwaar tegen de verrekening niet-ontvankelijk verklaard, omdat het verrekenen van bedragen niet bij voor bezwaar vatbare beschikking gebeurt.
2.1.
De belastingrechter is als uitgangspunt niet bevoegd te oordelen over beslissingen van de ontvanger op grond van de Invorderingswet 1990. [1] Voor bepaalde besluiten is in de regelgeving een uitzondering gemaakt. De beslissing tot verrekening van bedragen valt niet onder een van de uitzonderingen. Omdat geen beroep bij de belastingrechter kan worden ingesteld, is het evenmin mogelijk bezwaar te maken. [2] Een geschil over verrekening van bedragen kan worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter.
2.2.
De rechtbank heeft zich daarom onbevoegd verklaard.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 15 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 8:5 van Pro de Awb en artikel 1 van Pro de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak die behoort bij de Awb. In dat artikel 1 wordt Pro de Invorderingswet 1990 genoemd.
2.Of bezwaar kan worden gemaakt, is namelijk ervan afhankelijk of beroep kan worden ingesteld (artikel 7:1 van Pro de Awb).