ECLI:NL:RBZWB:2025:8947
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Hindriks
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen ambtshalve uitschrijving uit de Basisregistratie Personen
De zaak betreft een beroep van eiser tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg om hem ambtshalve uit te schrijven uit de Basisregistratie Personen (BRP) vanwege twijfel over zijn feitelijke verblijf op het inschrijfadres.
Het college startte een adresonderzoek na signalen dat meerdere personen op hetzelfde adres stonden ingeschreven zonder daar daadwerkelijk te wonen. Diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van de woningeigenaar, waterverbruikgegevens, bankafschriften en de lage huurprijs, wezen erop dat eiser niet op het adres woonde maar het als briefadres gebruikte. Eiser betwistte dit en leverde eigen verklaringen, een verklaring van zijn dochter en bewijs van huurbetalingen aan.
De rechtbank oordeelde dat het college terecht gerede twijfel had over het woonadres van eiser en dat eiser deze twijfel niet voldoende had weggenomen. De verklaring van de dochter en de latere verklaring van de woningeigenaar werden onvoldoende geacht. Het gebruik van het adres als postadres en incidenteel verblijf voldeed niet aan de criteria voor inschrijving. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitschrijving bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de ambtshalve uitschrijving uit de BRP wordt ongegrond verklaard en de uitschrijving blijft in stand.