Eiseres huurde een pand waarin zij arbeidsmigranten huisvestte. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout legde een last onder dwangsom op wegens overtreding van de omgevingsvergunning die het aantal bewoners beperkte tot zes personen. Controle bracht aan het licht dat er meer personen verbleven dan toegestaan. Het college legde een dwangsom op en vorderde deze in, waarna eiseres bezwaar maakte.
Na bezwaar verklaarde het college de bezwaren gegrond, verlengde de begunstigingstermijn en trok het invorderingsbesluit in. Eiseres stelde dat zij schade had geleden door onrechtmatig handelen van het college en de handhavers, waaronder misbruik van bevoegdheid, schending van privacy en disproportionele handhaving. De rechtbank beperkte haar toetsing tot de rechtmatigheid van de bestuursrechtelijke besluiten.
De rechtbank oordeelde dat de last onder dwangsom en het invorderingsbesluit niet onrechtmatig waren. De constatering dat het aantal bewoners het maximum overschreed was gebaseerd op een ambtelijk rapport en vrijwillige medewerking. De verlenging van de begunstigingstermijn en de intrekking van het invorderingsbesluit waren in het voordeel van eiseres. Het causaal verband tussen de gestelde schade en de besluiten was onvoldoende onderbouwd. De vordering tot schadevergoeding werd afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.