ECLI:NL:RBZWB:2025:9018
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens strijd met Awb en Omgevingswet
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelt het beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Altena tot opleggen van een last onder dwangsom aan eiseres 1. Eisers betwisten het besluit en voeren diverse beroepsgronden aan, waaronder strijd met de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het toepasselijke recht.
De rechtbank oordeelt dat het college het besluit ten onrechte heeft genomen op grond van de Omgevingswet, terwijl het verzoek om handhaving was ingediend vóór de inwerkingtreding van deze wet, waardoor de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van toepassing is. Tevens is het besluit in strijd met artikel 7:11, tweede lid, Awb, omdat het college het handhavingsbesluit niet correct heeft herroepen en vervangen.
Daarnaast zijn de bezwaren van eiseres 1 over het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel onderzocht. De rechtbank stelt vast dat het college niet tekort is geschoten in de procedurele zorgvuldigheid, mede omdat eiseres 1 en haar gemachtigde voldoende gelegenheid hebben gehad tot het indienen van zienswijzen.
De rechtbank bevestigt dat het college bevoegd is om handhavend op te treden vanwege de overtreding van de bouwvergunning en het gebruik van de schuilschuur voor wonen in strijd met het bestemmingsplan. De beroepen van eisers 2 en 3 dat het college onvoldoende daadkrachtig optreedt, worden afgewezen.
De rechtbank verklaart de beroepen gegrond, vernietigt het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.
Uitkomst: Het besluit tot opleggen van de last onder dwangsom wordt vernietigd wegens strijd met de Awb en het verkeerde wettelijke kader, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.