ECLI:NL:RBZWB:2025:902
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen niet tijdig beslissen door Dienst Toeslagen
Verzoekster had beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaarschrift tegen een beslissing over kinderopvangtoeslag. Nadat de Dienst Toeslagen alsnog op het bezwaar had beslist, trok verzoekster haar beroep in en verzocht zij om een proceskostenvergoeding.
De rechtbank stelde vast dat de Dienst Toeslagen aan het beroep was tegemoetgekomen door alsnog te beslissen. Op grond daarvan kan de rechtbank het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten. De Dienst Toeslagen erkende reeds het recht op vergoeding.
De rechtbank wees het verzoek toe en bepaalde de vergoeding op €453,50, gebaseerd op een forfaitaire regeling met een wegingsfactor van 0,5 voor het niet tijdig beslissen. Verzoekster had gevraagd om vergoeding van werkelijke kosten, maar de rechtbank vond geen bijzondere omstandigheden om hiervan af te wijken.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat de Dienst Toeslagen ook het griffierecht van €51,- moet vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter M. Breeman en griffier T.A.A. van Hooijdonk op 19 februari 2025.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Dienst Toeslagen tot betaling van €453,50 aan proceskosten en wijst verzoekster de vergoeding van het griffierecht toe.