ECLI:NL:RBZWB:2025:9028

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
BRE 24/2950
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep naheffingsaanslag omzetbelasting

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over het jaar 2019. Na aanvullende gronden en een uitspraak op bezwaar waarbij de aanslag werd verminderd, trok belanghebbende het beroep in en verzocht om veroordeling van de inspecteur in de proceskosten.

De rechtbank heeft de inspecteur in de gelegenheid gesteld te reageren. De inspecteur stelde dat er geen reden was voor een proceskostenveroordeling omdat het beroep uit eigen beweging was ingetrokken.

De rechtbank oordeelde dat een proceskostenveroordeling alleen mogelijk is als het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan het beroep tegemoet is gekomen. Omdat de vermindering van de aanslag plaatsvond bij de bezwaaruitspraak en niet tijdens de beroepsfase, was geen sprake van tegemoetkoming aan het beroep. Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af.

De uitspraak werd gedaan door rechter S.J. Willems-Ruesink op 18 december 2025 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de inspecteur niet aan het beroep is tegemoetgekomen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/2950

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2025 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een veroordeling van de inspecteur in de proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van het beroep tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019 met [aanslagnummer] F.01.9501.
1.1.
Op 30 april 2024 heeft gemachtigde aanvullende gronden aangeleverd, waarin hij aangeeft dat het beroep zich niet langer richt tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting over het jaar 2019 met [aanslagnummer] F.01.9501. Op 16 oktober 2024 heeft belanghebbende het beroep ingetrokken en verzocht om de inspecteur te veroordelen in de proceskosten.
1.2.
De rechtbank heeft de inspecteur in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De inspecteur heeft de rechtbank meegedeeld dat hij geen reden ziet om de inspecteur te veroordelen in de proceskosten, omdat gemachtigde uit eigen beweging het beroep heeft ingetrokken.
1.3.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is de inspecteur aan belanghebbende tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of de inspecteur geheel of gedeeltelijk aan belanghebbende is tegemoetgekomen.
4.1
Uit de stukken is niet gesteld of gebleken dat de inspecteur in de beroepsfase tegemoetgekomen is aan het bestreden besluit van belanghebbende. De naheffingsaanslag is alleen verminderd bij de uitspraak op bezwaar van 2 februari 2024. De inspecteur is dus niet tegemoetgekomen aan het beroep van belanghebbende. Er bestaat daarom geen aanleiding om de proceskosten te vergoeden. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk ongegrond af.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 18 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).