ECLI:NL:RBZWB:2025:9029
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM en immateriële schadevergoeding na overschrijding redelijke termijn
Belanghebbende B.V. heeft beroep ingesteld tegen naheffingsaanslagen BPM voor twee auto's, waarbij de inspecteur afwijkt van de door belanghebbende gehanteerde afschrijvingsmethoden en tarieftoepassingen. Voor auto 1 oordeelt de rechtbank dat deze als nieuwe auto moet worden aangemerkt, waardoor geen afschrijving kan worden toegepast en het tarief van 2020 geldt. Voor auto 2 wordt het vertrouwen op geen naheffing verworpen en wordt de afschrijving op basis van schade niet erkend.
De rechtbank stelt vast dat de naheffingsaanslagen terecht en correct zijn opgelegd. Tevens wordt een immateriële schadevergoeding van € 3.000 toegekend wegens een overschrijding van de redelijke termijn van circa 31 maanden, waarvan een deel voor rekening van de inspecteur en de rest voor de Staat komt. Daarnaast worden proceskosten en griffierechten gedeeltelijk vergoed.
De uitspraak bevestigt de toepassing van artikel 16a Wet BPM en benadrukt het belang van tijdige communicatie met de inspecteur. De rechtbank wijst het beroep af, maar erkent de procedurele tekortkoming in de termijn en compenseert belanghebbende daarvoor.
Uitkomst: De beroepen tegen de naheffingsaanslagen BPM worden ongegrond verklaard, met toekenning van een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.