ECLI:NL:RBZWB:2025:9031

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
BRE 24/2953
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen belastingaanslagen

Belanghebbende had beroep ingesteld tegen uitspraken op bezwaar van de inspecteur over de aanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en Zorgverzekeringswet over 2019. Na een verzoek van de rechtbank trok belanghebbende het beroep over 2019 in en verzocht om veroordeling van de inspecteur in de proceskosten.

De rechtbank heeft vervolgens onderzocht of de inspecteur geheel of gedeeltelijk aan belanghebbende was tegemoetgekomen, wat een voorwaarde is voor een proceskostenveroordeling bij intrekking van het beroep. Uit de stukken bleek dat de aanslagen al bij de uitspraken op bezwaar waren verminderd en dat er na die uitspraak geen verdere tegemoetkoming of compromis was bereikt.

Daarom concludeerde de rechtbank dat de inspecteur niet aan belanghebbende was tegemoetgekomen in de beroepsfase. Op grond hiervan wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af en deed zij zonder zitting uitspraak. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken.

Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de inspecteur niet is tegemoetgekomen aan het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 24/2953 en 24/2954

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2025 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende

(gemachtigde: mr. W.M.J. Saes),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de verzoeken van belanghebbende om de inspecteur te veroordelen in de proceskosten. Belanghebbende heeft deze verzoeken gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 24 januari 2024 over de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2019 met [aanslagnummer] H.96.01 en inkomensafhankelijk bijdrage Zorgverzekeringswet over het jaar 2019 met [aanslagnummer] H.96.01.4.
1.1.
Op 6 maart 2024 heeft belanghebbende beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten waarin het bezwaar van belanghebbende gegrond is verklaard en de aanslagen zijn verminderd. Op 30 april 2024 heeft de gemachtigde de gronden aangevuld. Deze aanvulling heeft enkel betrekking op de beslissing op bezwaar op de opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2018 met [aanslagnummer] H.86.01 en Zorgverzekeringswet over het jaar 2018 met [aanslagnummer] W.86.01.4. Over de ingediende beroepen met betrekking tot het jaar 2019 merkt gemachtigde niets op in zijn beroepschrift.
1.2.
Op 2 oktober 2024 heeft de rechtbank een brief gestuurd met de vraag of gemachtigde de beroepen met betrekking tot het jaar 2019 nog wenst te handhaven. Op 16 oktober 2024 heeft de gemachtigde de beroepen over het jaar 2019 ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling.
1.3.
De rechtbank heeft de inspecteur in de gelegenheid gesteld te reageren op de verzoeken om veroordeling in de proceskosten. De inspecteur heeft de rechtbank meegedeeld dat er na de uitspraak op bezwaar geen compromis is bereikt. Ook is de aanslag niet nader verlaagd. De inspecteur ziet geen redenen voor een veroordeling in de proceskostenvergoeding in de beroepsfase.
1.4.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op de verzoeken om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst de verzoeken om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is de inspecteur aan belanghebbende tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of de inspecteur geheel of gedeeltelijk aan belanghebbende is tegemoetgekomen.
4.1.
Uit de stukken blijkt niet dat de inspecteur tegemoetgekomen is aan het beroep van belanghebbende. De aanslagen zijn alleen verminderd bij de uitspraken op bezwaar van 24 januari 2024. De inspecteur is dus niet tegemoetgekomen aan het beroep van belanghebbende. Er bestaat daarom geen aanleiding om de proceskosten te vergoeden. De rechtbank wijst de verzoeken om vergoeding van de proceskosten af.

Beslissing

De rechtbank wijst de verzoeken om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 18 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).