ECLI:NL:RBZWB:2025:9037

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
BRE 25/72
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:5 AwbArt. 1 Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraakArtikel 231 GemeentewetInvorderingswet 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd in geschil over uitstel van betaling gemeentelijke belastingen

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de invorderingsambtenaar van de gemeente Oisterwijk om geen uitstel van betaling te verlenen voor een aanslag gemeentelijke belastingen. De rechtbank heeft vastgesteld dat zij niet bevoegd is om te oordelen over dit beroep, omdat de invordering van gemeentelijke belastingen valt onder de Invorderingswet 1990 en de belastingrechter in principe niet bevoegd is om beslissingen van de invorderingsambtenaar te beoordelen.

De rechtbank heeft belanghebbende meerdere malen de gelegenheid gegeven om te reageren op de onjuiste rechtsmiddelverwijzing, maar er is geen reactie ontvangen. De rechtbank wijst erop dat geschillen over uitstel van betaling aan de burgerlijke rechter kunnen worden voorgelegd. Omdat belanghebbende geen griffierecht heeft betaald en de rechtbank zich onbevoegd verklaart, wordt het beroep niet inhoudelijk behandeld.

De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Partijen wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over het beroep tegen de afwijzing van uitstel van betaling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/72

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2025 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende

en

de invorderingsambtenaar van de gemeente Oisterwijk, de invorderingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de brief van de invorderingsambtenaar van 17 december 2024. Op 12 december 2024 heeft belanghebbende een administratief beroep ingediend. Dit beroep richt zich tegen het besluit van 4 december 2024, waarin is beslist op het verzoek van belanghebbende om uitstel van betaling voor het aanslagbiljet gemeentelijke belastingen met [aanslagnummer] .
1.1
In de brief van de invorderingsambtenaar staat dat belanghebbende geen uitstel van betaling krijgt. In de brief staat dat belanghebbende tegen dit besluit binnen zes weken na dagtekening beroep kan instellen bij de Rechtbank Zeeland – West-Brabant, Team belastingrecht.
1.2.
Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Op 9 januari 2025 heeft belanghebbende beroep ingediend tegen het besluit van de invorderingsambtenaar. Belanghebbende verzoekt in zijn beroepschrift om uitstel van betaling voor het hele aanslagbedrag.
2.1
Op 27 januari 2025 heeft de rechtbank een brief gestuurd naar de belanghebbende. In de brief geeft de rechtbank aan dat er een fout in de uitspraak van de invorderingsambtenaar staat en dat de bestuursrechter en belastingrechter niet bevoegd zijn om te oordelen over een betalingsregeling tussen belanghebbende en de invorderingsambtenaar. De rechtbank heeft belanghebbende in deze brief gevraagd of hij binnen twee weken na dagtekening van deze brief wil laten weten of hij het beroep wil intrekken. Op 13 februari 2025 is belanghebbende nogmaals in de gelegenheid gesteld om te reageren op de brief. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 14 februari 2025 om 14:43 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. Belanghebbende heeft daarop niet gereageerd. De rechtbank zal daarom uitspraak doen in deze zaak.
2.2
De invordering van gemeentelijke belastingen vindt plaats met toepassing van de Invorderingswet 1990. [1] De belastingrechter is als uitgangspunt niet bevoegd te oordelen over beslissingen van de invorderingsambtenaar op grond van de Invorderingswet 1990. [2] Voor bepaalde besluiten is in de regelgeving een uitzondering gemaakt. De beslissing om uitstel van betaling valt niet onder een van de uitzonderingen. Een geschil over uitstel van betaling kan worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter.
2.3
De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd. Belanghebbende heeft (nog) geen griffierecht betaald. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om griffierecht terug te geven vanwege de onjuiste rechtsmiddelverwijzing van de invorderingsambtenaar.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 18 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 231 van Pro de Gemeentewet.
2.Dit volgt uit artikel 8:5 van Pro de Awb en artikel 1 van Pro de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak die behoort bij de Awb. In dat artikel 1 wordt Pro de Invorderingswet 1990 genoemd.