ECLI:NL:RBZWB:2025:9041
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht bij loonheffingen PGB
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de inspecteur van de Belastingdienst over de inhouding van loonheffingen bij een PGB over het kalenderjaar 2023. Tijdens de procedure heeft belanghebbende per e-mail aangegeven de zaak te hebben opgelost en te willen intrekken, maar deze intrekking was niet persoonlijk ondertekend, waardoor de rechtbank de zaak inhoudelijk moest behandelen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het griffierecht van €51,- niet tijdig is betaald. De griffier heeft belanghebbende meerdere keren schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid en betalingstermijnen van het griffierecht, waarbij aangetekende brieven en gewone post werden gebruikt. Belanghebbende heeft echter geen betaling verricht en ook geen verontschuldiging voor het niet betalen gegeven.
Op grond van artikel 8:41 en Pro 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht verklaart de rechtbank het beroep daarom niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt beoordeeld en het bestreden besluit van de Belastingdienst in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter S.J. Willems-Ruesink en griffier R.P.A.G. Dekkers op 18 december 2025, en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen kunnen binnen zes weken na verzending van de uitspraak een verzetschrift indienen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.