ECLI:NL:RBZWB:2025:9044

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
BRE 24/6289
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht bij naheffingsaanslag omzetbelasting

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een boete opgelegd bij een naheffingsaanslag omzetbelasting over het eerste kwartaal van 2024. De rechtbank beoordeelt dit beroep zonder zitting omdat het griffierecht niet is betaald, wat een vereiste is voor ontvankelijkheid van het beroep.

De griffier heeft belanghebbende meerdere malen schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht, eerst op een bedrag van €187,- en later gecorrigeerd naar €51,-, met telkens een betalingstermijn van vier weken. Ondanks aangetekende brieven die door belanghebbende zijn ontvangen, is het griffierecht niet voldaan.

Belanghebbende heeft geen verontschuldiging voor het niet betalen gegeven. De rechtbank concludeert daarom dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is en beoordeelt het bezwaar niet inhoudelijk. Het bestreden besluit blijft daarmee ongewijzigd in stand.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/6289

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2025 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 9 augustus 2024. Het beroep ziet op de bij beschikking opgelegde boete bij de naheffingsaanslag omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 2024 tot en met 31 maart 2024 met [aanslagnummer] F.01.4210.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van Pro de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 51,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.
Heeft belanghebbende het griffierecht tijdig betaald?
4. De griffier heeft belanghebbende bij brief van 30 augustus 2024 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en meegedeeld dat € 187,- binnen vier weken moet zijn voldaan. De griffier heeft vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 28 september 2024 belanghebbende nogmaals in de gelegenheid gesteld griffierecht van € 187,- te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 1 oktober 2024 om 10:27 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend.
4.1
Op 19 mei 2025 heeft de rechtbank geconstateerd dat het verkeerde bedrag aan griffierecht is geheven. Het beroep ziet enkel op de boete van € 68,- waardoor het griffierecht € 51,- bedraagt. De rechtbank heeft belanghebbende hierover een brief en een nieuwe nota gestuurd.
4.2
De griffier heeft belanghebbende bij brief van 20 mei 2025 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van € 51 en meegedeeld dat dit binnen vier weken moet zijn voldaan. De griffier heeft vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 18 juni 2025 belanghebbende nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van de brief. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 20 juni 2025 om 12:31 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend.
4.3
Belanghebbende heeft het griffierecht niet betaald.
Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?
5. Belanghebbende heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op18 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.