ECLI:NL:RBZWB:2025:9065

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
BRE 24/5666
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:5 AwbArt. 1 Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraakArt. 7:1 AwbInvorderingswet 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd over verrekening belastingaanslagen

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de ontvanger van de Belastingdienst om een teruggave van €4.445,00 op de voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2021 te verrekenen met een naheffingsaanslag omzetbelasting over 2017.

De ontvanger had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en gewezen op de onmogelijkheid om bij de bestuursrechter in beroep te gaan, met de suggestie om zich tot de burgerlijke rechter te wenden. De rechtbank ontving het beroepschrift op 22 juli 2024, maar het eerdere beroepschrift van 21 oktober 2022 was niet ontvangen.

De rechtbank oordeelt dat zij kennelijk onbevoegd is omdat de Invorderingswet 1990 de belastingrechter niet bevoegd stelt om over verrekeningsbeslissingen te oordelen, en er geen uitzondering geldt. Daarom kan belanghebbende zich tot de burgerlijke rechter wenden. De rechtbank verklaart zich onbevoegd en doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over het beroep tegen de verrekening van belastingaanslagen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/5666

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2025 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende

en

de ontvanger van de Belastingdienst, de ontvanger.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de ontvanger van 14 september 2022. Het beroep ziet op de verrekening van een teruggave van € 4.445,00 op de voorlopige aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2021 met [aanslagnummer] H.10.01 met de naheffingsaanslag omzetbelasting over het tijdvak 2017 met [aanslagnummer] F.01.7400.
1.1.
Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Bij brief van 14 september 2022 heeft de ontvanger een uitspraak op bezwaar gedaan betreffende een verrekening van de aanslag. De ontvanger heeft in zijn beslissing het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. In de uitspraak op bezwaar heeft de ontvanger opgenomen dat belanghebbende niet in beroep kan gaan bij de bestuursrechter, maar zich kan richten tot de burgerlijke rechter.
2.1
Het beroepschrift is op 22 juli 2024 ontvangen door de rechtbank. In de brief verwijst belanghebbende naar een eerder verzonden beroepschrift van 21 oktober 2022. Het beroepschrift waar belanghebbende naar verwijst is door de rechtbank niet ontvangen. Gelet op het overgelegde afgiftebewijs heeft belanghebbende het beroepschrift op 25 oktober 2022 afgegeven bij de Belastingdienst in [plaats] met het verzoek om het door te sturen naar de rechtbank. Aangezien de rechtbank kennelijk onbevoegd is, gaat de rechtbank in deze uitspraak niet nader in op de ontvankelijkheid van het beroep.
2.2.
Belanghebbende verzoekt in zijn beroepschrift om de verrekening van € 4445,00 van de voorlopige aanslag inkomstenbelasting over het jaar 2021 met de naheffingsaanslag omzetbelasting over het tijdvak 2017 terug te draaien.
2.3
De belastingrechter is als uitgangspunt niet bevoegd te oordelen over beslissingen van de ontvanger op grond van de Invorderingswet 1990. [1] Voor bepaalde besluiten is in de regelgeving een uitzondering gemaakt. De beslissing tot verrekening van bedragen valt niet onder een van de uitzonderingen. Omdat geen beroep bij de belastingrechter kan worden ingesteld, is het evenmin mogelijk bezwaar te maken. [2] Een geschil over verrekening van bedragen kan worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter.
2.4
De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 18 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 8:5 van Pro de Awb en artikel 1 van Pro de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak die behoort bij de Awb. In dat artikel 1 wordt Pro de Invorderingswet 1990 genoemd.
2.Of bezwaar kan worden gemaakt, is namelijk ervan afhankelijk of beroep kan worden ingesteld (artikel 7:1 van Pro de Awb).