ECLI:NL:RBZWB:2025:9065
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd over verrekening belastingaanslagen
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de ontvanger van de Belastingdienst om een teruggave van €4.445,00 op de voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2021 te verrekenen met een naheffingsaanslag omzetbelasting over 2017.
De ontvanger had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en gewezen op de onmogelijkheid om bij de bestuursrechter in beroep te gaan, met de suggestie om zich tot de burgerlijke rechter te wenden. De rechtbank ontving het beroepschrift op 22 juli 2024, maar het eerdere beroepschrift van 21 oktober 2022 was niet ontvangen.
De rechtbank oordeelt dat zij kennelijk onbevoegd is omdat de Invorderingswet 1990 de belastingrechter niet bevoegd stelt om over verrekeningsbeslissingen te oordelen, en er geen uitzondering geldt. Daarom kan belanghebbende zich tot de burgerlijke rechter wenden. De rechtbank verklaart zich onbevoegd en doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over het beroep tegen de verrekening van belastingaanslagen.