Belanghebbende, samen met zijn broers, is betrokken bij een landbouwbedrijf en aandelen in een vennootschap die landbouwgronden verpacht. In 2015 zijn gronden geleverd die vrij van pacht zijn gesteld, waarbij geen pachtafstandsvergoeding is bedongen. De inspecteur heeft dit aangemerkt als een uitdeling aan belanghebbende, wat leidde tot een correctie in de belastingaanslag.
De rechtbank oordeelt dat de pacht in 2015 is opgezegd en dat het niet bedingen van een pachtafstandsvergoeding inderdaad een uitdeling vormt. Dit oordeel is gebaseerd op de leveringsakte en eerdere uitspraken, waarbij ook de familierelatie tussen de broers een rol speelt. Belanghebbende heeft onvoldoende bewijs geleverd om het standpunt van de inspecteur te weerleggen.
Hoewel het beroep ongegrond is verklaard, kent de rechtbank belanghebbende een vergoeding toe voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke behandeltermijn, mede vanwege een mediationtraject en samenhang met een gerelateerde procedure. Tevens worden griffierechten en proceskosten deels vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter Bastiaansen op 19 december 2025.