ECLI:NL:RBZWB:2025:9154

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
BRE 24/5558
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:24 AwbArt. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroepen niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging bij aanslagen rioolheffing 2024

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslagen rioolheffing 2024 voor twaalf objecten. Het beroep is ingediend door een gesteld gemachtigde die geen machtiging heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij bevoegd is om namens belanghebbende op te treden.

De rechtbank heeft de gemachtigde meerdere malen verzocht om het verzuim te herstellen door alsnog een machtiging te overleggen, maar dit is niet gebeurd. De beheerovereenkomst die is overgelegd geeft geen bevoegdheid tot het voeren van beroepsprocedures over aanslagen.

Omdat het verzuim niet is hersteld en geen verontschuldiging is gegeven, verklaart de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de bestreden besluiten in stand blijven en de rechtbank gaat niet inhoudelijk op de beroepen in.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.

Uitkomst: De beroepen tegen de aanslagen rioolheffing 2024 zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 24/5558 tot en met 24/5569

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2025 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende

(gesteld gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van belanghebbende tegen de bestreden uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van 4 juni 2024. De beroepen zien op de aanslagen rioolheffing over het jaar 2024 voor de objecten [adres 1] , [adres 2] , [adres 3] , [adres 4] , [adres 5] , [adres 6] , [adres 7] , [adres 8] , [adres 9] , [adres 10] , [adres 11] en [adres 12] met [aanslagnummer] .
1.1.
Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn omdat gesteld gemachtigde geen machtiging heeft ingediend en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. [1] Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. [2]
Is een machtiging overgelegd?
4. Het beroepschrift is ingediend door gesteld gemachtigde. Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van belanghebbende. Hij heeft bij de beroepschriften echter geen machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om deze beroepen in te stellen namens belanghebbende. Hij heeft wel een beheerovereenkomst overgelegd, waarin staat dat gesteld gemachtigde de beheerder is voor objecten aan de [straat] . Aan die overeenkomst is een bijlage gevestigd met daarin een specificatie van de beheerstaken. Het voeren van een beroepsprocedure over aanslagen rioolheffing is daarbij niet genoemd. Ook anderszins volgt uit de overeenkomst niet dat de gesteld gemachtigde bevoegd is om beroep in te stellen namens belanghebbende.
5. De rechtbank heeft hem in haar bericht van 5 augustus 2024 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Op 20 september 2024 is gesteld gemachtigde nogmaals gewezen op dit verzuim en is hem de mogelijkheid geboden om tot uiterlijk 4 oktober 2024 te reageren. Gesteld gemachtigde heeft binnen die termijn geen machtiging ingediend.
Is het niet tijdig indienen van een machtiging verontschuldigbaar?
6. Gesteld gemachtigde heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Uit de beroepschriften blijkt dat gesteld gemachtigde niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.

Conclusie en gevolgen

7. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank de beroepen niet inhoudelijk beoordeelt en dat de bestreden besluiten in stand blijven. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 22 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.
2.Dit staat in artikel 6:6 van Pro de Awb.