ECLI:NL:RBZWB:2025:9164

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
BRE 24/6786
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken machtiging en uittreksel handelsregister

Op 22 december 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de zaak tussen [belanghebbende] B.V. en de inspecteur van de Belastingdienst. Het beroep van belanghebbende was gericht tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over het tijdvak van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017, inclusief een bij beschikking vastgestelde boete en belastingrente. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat de gemachtigde van belanghebbende geen machtiging en geen uittreksel uit het handelsregister bij de Kamer van Koophandel had ingediend. Dit is een vereiste voor het instellen van beroep namens een niet-natuurlijk persoon. De rechtbank heeft belanghebbende in eerdere correspondentie verzocht om deze verzuimen te herstellen, maar dit is niet gebeurd. De rechtbank heeft vastgesteld dat de gemachtigde geen redenen heeft gegeven voor het ontbreken van de benodigde documenten en dat er geen verontschuldiging voor deze verzuimen is gebleken. Hierdoor kon de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordelen en bleef het bestreden besluit in stand. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn op de hoogte gesteld van de beslissing.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/6786

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2025 in de zaak tussen

[belanghebbende] B.V., uit [plaats] , belanghebbende

(gesteld gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 9 augustus 2024. Het beroep ziet op de naheffingsaanslag omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017 met [aanslagnummer] en de bij beschikking vastgestelde boete en belastingrente.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat gesteld gemachtigde geen machtiging en geen uittreksel uit het handelsregister bij de Kamer van Koophandel heeft ingediend en deze verzuimen niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging en/of een uittreksel uit het handelsregister bij de Kamer van Koophaneld indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. [1] Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. [2]
Is een machtiging en een uittreksel uit de Kamer van Koophandel overgelegd?
4. Het beroepschrift is ingediend door gesteld gemachtigde. Hij vermeldt daarin dat hij namens belanghebbende beroep instelt. Hij heeft bij het beroepschrift echter geen machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om dit beroep in te stellen namens belanghebbende. Daarnaast is belanghebbende een niet-natuurlijk persoon en heeft gesteld gemachtigde geen uittreksel van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel ingediend waaruit blijkt wie als bevoegd bestuurder(s) gerechtigd is beroep in te stellen namens belanghebbende of een machtiging te verlenen. De rechtbank heeft belanghebbende in haar brief van 14 oktober 2024 verzocht om binnen vier weken deze verzuimen te herstellen. De rechtbank heeft in haar brief van 21 november 2024 verzocht om binnen twee weken dit verzuim te herstellen. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 22 november 2024 om 13:51 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. Gesteld gemachtigde heeft binnen die termijn geen machtiging en geen uittreksel uit het handelsregister ingediend.
Is het niet tijdig indienen van een machtiging en een uittreksel verontschuldigbaar?
5. Gesteld gemachtigde heeft geen reden gegeven voor deze verzuimen. Er is dus geen verontschuldiging voor deze verzuimen gebleken. Uit het beroepschrift blijkt dat gesteld gemachtigde niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 22 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.
2.Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.