ECLI:NL:RBZWB:2025:9187

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
25/1482
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van beroep inzake omgevingsvergunning voor nieuwbouwwoning en kap van bomen

Op 12 december 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de zaak tussen eiser, vertegenwoordigd door mr. T.N. Bakkes, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goirle, met vergunninghouder [vergunninghouder] B.V. als derde-partij. Eiser had op 25 februari 2025 beroep ingesteld tegen de beslissing van het college, dat op 13 januari 2025 het bezwaar van eiser tegen de verleende omgevingsvergunning ongegrond had verklaard. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser te laat beroep had ingesteld, namelijk na afloop van de beroepstermijn van zes weken. De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, aangezien eiser zelf verantwoordelijk was voor de onbereikbaarheid van zijn brievenbus, waardoor het bestreden besluit retour was gekomen. Ondanks dat het beroep slechts met één dag was overschreden, woog de rechtbank het belang van de vergunninghouder mee in haar oordeel. Eiser krijgt geen griffierecht terug en ook geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is openbaar gedaan en partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/1482
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 december 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. T.N. Bakkes),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goirle, het college.

Als derde-partij heeft aan de zitting deelgenomen:
[vergunninghouder] B.V., uit Tilburg, vergunninghouder.

Inleiding

1. Vergunninghouder heeft op 29 december 2023 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een nieuwbouwwoning en het kappen van twee bomen op het perceel gelegen aan de [adres 1] in [plaats] .
1.1.
Op 8 juli 2024 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bouwwerk, het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan en voor het vellen of doen vellen van een houtopstand (primair besluit).
1.2.
Eiser, wonend aan de [adres 2] in [plaats] , heeft hier bezwaar tegen gemaakt.
1.3.
Overeenkomstig het advies van de bezwaarschriftencommissie heeft het college op 13 januari 2025 in de beslissing op bezwaar het bezwaar ongegrond verklaard (het bestreden besluit). Onder aanvulling van de motivering heeft het college het primaire besluit in stand gelaten.
1.4.
Eiser heeft hier op 25 februari 2025 beroep tegen ingesteld.
1.5.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.6.
De rechtbank heeft het beroep op 12 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, [naam] namens vergunninghouder en mr. S. Gelevert namens het college.
1.7.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank is van oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is. Eiser heeft pas op 25 februari 2025, een dag na afloop van de beroepstermijn van zes weken, en daarmee te laat beroep ingesteld. [1] Op grond van artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. De rechtbank acht de termijnoverschrijding in dit geval niet verschoonbaar. Bij dit oordeel betrekt de rechtbank de omstandigheid dat eiser zelf verantwoordelijk is voor het feit dat het bestreden besluit van 13 januari 2025 op 17 januari 2025 retour is gekomen wegens de onbereikbaarheid van de brievenbus van eiser. Ook acht de rechtbank de omstandigheid van belang dat het college op 11 februari 2025 nog telefonisch contact heeft gehad met eiser en dat het college diezelfde dag het bestreden besluit voor de tweede keer naar eiser heeft toegestuurd. Dit keer via een e-mailbericht. Op 20 februari 2025 heeft het college eiser bovendien nog een e-mailbericht gestuurd waarin eiser werd aangeraden om vóór 25 februari 2025 beroep in te stellen. Eiser heeft desgevraagd geen bijzondere omstandigheden aangevoerd waarom er voor hem een duidelijke verhindering was om tijdig beroep in te stellen. Ook houdt de rechtbank bij dit oordeel rekening met het feit dat dit een driepartijengeschil is, ondanks dat de beroepstermijn maar met één dag is overschreden. In het kader van de rechtszekerheid moet het belang van vergunninghouder namelijk meegewogen worden. Dit blijkt uit de jurisprudentie. [2]

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt deze zaak dus niet inhoudelijk. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
3.1.
Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 december 2025 door mr. T.I. van Term, rechter, in aanwezigheid van mr. drs. R.J. Wesel, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.

Voetnoten

1.Zie artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Zie de uitspraak van de grote kamer van het CBb van 30 januari 2024, ECLI:NL:CBB:2024:31.