ECLI:NL:RBZWB:2025:9234
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM en immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag BPM van € 4.159 opgelegd door de inspecteur. De kern van het geschil betrof de juiste toepassing van de waarderingsmethode, de gebruikte koerslijst en de waardevermindering wegens schade aan de auto.
De rechtbank oordeelde dat de herleidingsmethode niet toepasbaar is, zoals bevestigd door de Hoge Raad. De inspecteur had terecht de koerslijst van Autotelexpro gebruikt omdat deze de sportuitvoering van de auto bevatte, in tegenstelling tot de door belanghebbende aangevoerde X-Ray lijst. Belanghebbende kon geen eigen koerslijst overleggen en droeg onvoldoende bewijs aan voor een hogere waardevermindering dan door de inspecteur gehanteerd.
Verder werd vastgesteld dat normale gebruiksschade niet tot waardevermindering leidt en dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk maakte dat de schade aan banden, bumper en portier meer dan normale slijtage betrof. De naheffingsaanslag werd daarom als terecht beoordeeld.
Daarnaast werd een immateriële schadevergoeding van € 1.500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van ruim een jaar. De vergoeding en proceskosten werden verdeeld over de inspecteur en de Staat. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar belanghebbende kreeg recht op de schadevergoeding en een deel van de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard, maar belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.