ECLI:NL:RBZWB:2025:9234
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen naheffingsaanslag BPM en immateriële schadevergoeding
In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 23 december 2025, wordt het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst beoordeeld. De inspecteur had een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) opgelegd van € 4.159, welke door de rechtbank als terecht werd beoordeeld. De rechtbank behandelt de vraag of de herleidingsmethode kan worden toegepast en of de juiste koerslijst is gebruikt. Belanghebbende had een BMW 318D M Sport Edition geregistreerd en stelde dat de inspecteur onvoldoende rekening had gehouden met schade aan de auto. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur de naheffingsaanslag correct heeft vastgesteld en dat de schade niet meer bedraagt dan de inspecteur heeft aangenomen. Daarnaast heeft belanghebbende recht op een immateriële schadevergoeding van € 1.500 vanwege de overschrijding van de redelijke termijn van de procedure. De rechtbank wijst het beroep ongegrond, maar kent wel een schadevergoeding toe aan belanghebbende, die door de inspecteur en de Staat moet worden vergoed. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn op de hoogte gesteld van de beslissing.