ECLI:NL:RBZWB:2025:9436
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij herziening bijstandsuitkering
Eiser ontving sinds april 2019 een bijstandsuitkering. In oktober 2024 werd deze uitkering over mei 2024 herzien en per juni 2024 ingetrokken, waarna een bedrag van €3.915,66 werd teruggevorderd. Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten. In maart 2025 werden de bezwaren gedeeltelijk gegrond verklaard, waarbij de terugvordering werd verlaagd tot €3.390,98 en de intrekking over een deel van september 2024 werd gehandhaafd.
Eiser stelde beroep in tegen dit bestreden besluit. Tijdens de zitting in december 2025 gaf het college aan dat aan eiser met terugwerkende kracht vanaf oktober 2023 een WIA-uitkering was toegekend. Hierdoor stelde het college dat eiser geen procesbelang meer had bij het beroep.
De rechtbank oordeelde dat procesbelang vereist is om ontvankelijk te zijn in het beroep en dat een louter formeel belang onvoldoende is. Eiser kon niet aangeven welk belang hij nog had bij het beroep. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na toekenning van een WIA-uitkering.