In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 4 december 2025 uitspraak gedaan in een beroep tegen een verkeersboete. De betrokkene had een administratieve sanctie opgelegd gekregen voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Rijksweg A17 te Oud Gastel op 4 december 2023. De betrokkene heeft tegen de beslissing van de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde, beroep ingesteld bij de kantonrechter. Tijdens de zitting was de zittingsvertegenwoordiger D. van der Teen aanwezig, evenals de gemachtigde van de betrokkene.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat de gedraging, het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat, voldoende is aangetoond door de verklaringen van de verbalisanten. De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat de gedraging niet kon worden vastgesteld op basis van de beschikbare gegevens, maar de kantonrechter oordeelde dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan de verklaringen van de verbalisanten. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af, omdat de boete terecht was opgelegd en er geen reden was om deze te matigen.
De uitspraak is openbaar gedaan en de betrokkene heeft de mogelijkheid om binnen 6 weken hoger beroep in te stellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, mits aan de voorwaarden wordt voldaan. De uitspraak benadrukt het belang van de verklaringen van verbalisanten in verkeersboetezaken en de beperkte ruimte voor twijfel aan deze verklaringen, tenzij er specifieke feiten worden aangedragen die dit rechtvaardigen.