Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het niet gebruiken van het fiets/bromfietspad op de N285 te Zevenbergen op 9 maart 2024 om 20.41 uur. Betrokkene stelde in beroep dat hij een scootmobiel bestuurde en geen bromfiets, waardoor de gedraging niet was verricht.
De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 4 december 2025 verscheen betrokkene niet, maar de zittingsvertegenwoordiger van de officier van justitie voerde aan dat scootmobielen onder gehandicaptenvoertuigen vallen en dat het toegestaan is om op de rijbaan te rijden.
De kantonrechter oordeelde dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht, omdat betrokkene een scootmobiel bestuurde en niet verplicht was het fiets/bromfietspad te gebruiken. De boete is daarom ten onrechte opgelegd, de beschikking en beslissing van de officier van justitie worden vernietigd en het betaalde bedrag van €129,- wordt terugbetaald.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard en verkeersboete vernietigd omdat betrokkene een scootmobiel bestuurde en niet verplicht was het fiets/bromfietspad te gebruiken.