Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 25 november 2025 uitspraak gedaan in een beroep tegen een verkeersboete. De betrokkene had een administratieve sanctie opgelegd gekregen voor het negeren van een geslotenverklaring voor motorvoertuigen, aangegeven met bord C12, op de Goirkekanaaldijk te Tilburg op 14 december 2023. De betrokkene heeft beroep aangetekend tegen de beslissing van de officier van justitie, die het beroep ongegrond had verklaard. Tijdens de zitting was de betrokkene niet aanwezig, maar zijn gemachtigde had wel een beroepschrift ingediend waarin werd betoogd dat de gedraging niet had plaatsgevonden. De gemachtigde voerde aan dat er een C1-bord aanwezig was en dat de betrokkene geen C12-bebording had gepasseerd. De zittingsvertegenwoordiger van de officier van justitie, E.J.T. Berkeljon, heeft het verzoek om het beroep ongegrond te verklaren ondersteund, verwijzend naar de verklaring van de verbalisant die in beginsel voldoende grondslag biedt voor de vaststelling van de gedraging. De kantonrechter heeft geoordeeld dat er voldoende bewijs was dat de gedraging had plaatsgevonden en dat de verklaring van de verbalisant niet ter discussie werd gesteld door de betrokkene. De kantonrechter heeft het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.