ECLI:NL:RBZWB:2025:9550

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
10814909 MB VERZ 23-1243
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 Wahv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens onvoldoende bewijs van deugdelijke verkeersbebording bij snelheidsovertreding

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het rijden van 12 km per uur te hard binnen de bebouwde kom op de Ringbaan West te Tilburg op 28 april 2023. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, omdat niet vaststaat dat de vereiste H1-bebording aanwezig en deugdelijk was.

De officier van justitie kon niet aantonen dat de bebording voldeed aan de wettelijke eisen, mede doordat schouwrapporten van de flitspaal onvolledig waren en de handhavingsborden niet werden vermeld. Hierdoor kon de kantonrechter niet met voldoende zekerheid vaststellen dat de overtreding had plaatsgevonden.

De kantonrechter stelde de zekerheidstelling op nihil wegens betalingsonmacht van betrokkene en verklaarde het beroep gegrond. De beschikking en de beslissing van de officier van justitie werden vernietigd. Tevens werd de officier van justitie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete vernietigd wegens onvoldoende bewijs van deugdelijke bebording.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 10814909 \ MB VERZ 23-1243
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 25 november 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 25 november 2025. Namens de officier van justitie is verschenen E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 12 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom op de Ringbaan West kruising Professor Cobbenhagenlaan te Tilburg op 28 april 2023 om 20:54 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat betrokkene geen H1-bebording is gepasseerd. Betrokkene heeft de gevolgde route aangegeven. Nu ligt het op de weg van de officier van justitie om (nadere) stukken te overleggen over de aanwezigheid van de bebording en waaruit blijkt dat die voldoen aan de eisen die daaraan volgens vaste rechtspraak moeten worden gesteld. Betrokkene concludeert tot vernietiging van de sanctiebeschikking nu niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat de bebording deugdelijk was. Voorts verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht de zekerheid op nihil te stellen en het beroep gegrond te verklaren. Vanuit het CVOM is er onderzoek gedaan naar schouwrapporten bij flitspalen. Hieruit is gebleken dat bij de flitspaal in deze zaak de handhavingsborden niet worden vermeld in het schouwrapport. Om die reden wordt verzocht om de beschikking te vernietigen.

Overwegingen

Zekerheidstelling
Op grond van artikel 11 Wahv Pro moet de indiener van een beroepschrift eerst een bedrag aan zekerheidstelling betalen voordat het beroep in behandeling kan worden genomen. Betrokkene heeft deze zekerheidstelling van € 129,- niet betaald.
Betrokkene heeft aangevoerd de zekerheid niet te kunnen betalen. De kantonrechter geeft betrokkene op dit punt het voordeel van de twijfel. De te betalen zekerheid wordt daarom op nihil gesteld.
Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat er bij de schouwrapporten sprake is van onvolledigheid. Hierdoor kan de kantonrechter niet vaststellen of er sprake was van deugdelijke bebording ten tijde van de vermeende gedraging. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Proceskosten
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 323,50
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- =
€ 453,50
€ 777,00

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 777,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: