Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 25 november 2025 uitspraak gedaan in een beroep tegen een verkeersboete. Betrokkene had een boete ontvangen voor het rijden van 12 km per uur te hard binnen de bebouwde kom op de Ringbaan West te Tilburg op 28 april 2023. Betrokkene heeft beroep aangetekend tegen de beslissing van de officier van justitie, die het beroep ongegrond had verklaard. Tijdens de zitting was de gemachtigde van betrokkene niet aanwezig, maar de zittingsvertegenwoordiger van de officier van justitie, E.J.T. Berkeljon, was wel aanwezig.
De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat er geen H1-bebording was gepasseerd en dat de officier van justitie niet voldoende bewijs had geleverd dat de bebording voldeed aan de wettelijke eisen. De kantonrechter oordeelde dat er bij de schouwrapporten onvolledigheid was, waardoor niet kon worden vastgesteld of de bebording deugdelijk was. Dit leidde tot de conclusie dat de boete ten onrechte was opgelegd.
De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de beschikking van de officier van justitie en de opgelegde boete, en bepaalde dat het bedrag dat betrokkene aan zekerheid had betaald door de officier van justitie moest worden terugbetaald. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend aan betrokkene, die berekend werd op € 777,-. De uitspraak werd gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, en was openbaar uitgesproken.