Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat het keuringsbewijs van zijn motorrijtuig was verlopen, vastgesteld door de RDW op 17 augustus 2023. Betrokkene betwistte de gedraging en stelde dat deze niet aan hem kon worden toegerekend, maar gaf geen concrete feiten ter onderbouwing. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene hoger beroep instelde bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 4 december 2025 was betrokkene niet aanwezig. De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt voor de gedraging en dat de enkele betwisting van betrokkene onvoldoende is om daaraan te twijfelen. De boete is daarom terecht opgelegd.
Wel is vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling van de zaak is overschreden, aangezien de boete op 29 augustus 2023 werd opgelegd en de procedure meer dan twee jaar heeft geduurd. Hierdoor matigt de kantonrechter de boete met 25%. Tevens wordt het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling terugbetaald aan betrokkene.
De beslissing van de officier van justitie wordt gewijzigd en de boete wordt vastgesteld op €120,- plus €9 administratiekosten. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.