ECLI:NL:RBZWB:2025:9634

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 december 2025
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
11432483 MB VERZ 24-947
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens door rood rijden met matiging boete

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het door rood rijden op 16 maart 2023 te Roosendaal. Hij stelde in beroep dat hij zeker door groen was gereden en betwijfelde de juistheid van de flitsfoto's en de afstelling van de flitspaal.

De rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde op 4 december 2025 dat de gedraging vaststaat op basis van de flitsfoto's, die als duidelijk bewijs gelden. Er was geen reden om te twijfelen aan de afstelling van de flitspaal. De boete was dus terecht opgelegd.

Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling was overschreden met ruim acht maanden, aangezien de boete op 30 maart 2023 werd opgelegd en de procedure tot december 2025 duurde. Op grond van vaste rechtspraak werd de boete daarom met 25% gematigd.

De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag van €15,- terug te betalen aan betrokkene. De beslissing van de officier van justitie werd aldus gewijzigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.

Uitkomst: De boete wegens door rood rijden wordt bevestigd maar met 25% gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 11432483 \ MB VERZ 24-947
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 4 december 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 december 2025. Namens de officier van justitie is verschenen D. van der Teen (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht dat op rood staat op de kruising Burgemeester Freijterslaan/Jan Vermeerlaan te Roosendaal op 16 maart 2023 om 12.56 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene weet zeker door groen te zijn gereden. De flitsfoto klopt niet.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat hij twijfelt aan de foto’s uit het dossier, omdat zijn ogen altijd op de weg gericht zijn. De flitspaal stond er nog niet lang, waardoor betrokkene twijfelt aan de afstelling van de flitspaal.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep deels gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Op grond van de foto’s in het dossier is er geen aanleiding om te twijfelen aan de gedraging. De boete is dus terecht opgelegd.
De zittingsvertegenwoordiger verzoekt wel het boetebedrag te matigen met 25% omdat de redelijke termijn is overschreden. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het beroep voor het overige ongegrond te verklaren.

Overwegingen

InhoudelijkDe kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de flitsfoto’s - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De flitsfoto’s gelden als duidelijk bewijs dat betrokkene door rood is gereden. Er is geen aanleiding om te twijfelen aan de afstelling van de flitspaal. De boete is dus terecht opgelegd.
Overschrijding redelijke termijn
Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 30 maart 2023 en is de redelijke termijn dus met ruim 8 maanden overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 210,-, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 15,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E.H. de Vries, en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: