ECLI:NL:RBZWB:2025:9635

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 december 2025
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
11654232 MB VERZ 25-397
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens niet werkende verlichting aanhangwagen

Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat de verlichting van zijn aanhangwagen niet correct zou zijn aangesloten tijdens het rijden op de Roosendaalseweg op 22 juli 2023. Betrokkene voerde aan dat de verlichting wel werkte, dat de staandehouding overdag plaatsvond en dat hij op de A58 reed, niet op de Roosendaalseweg. De verbalisant verklaarde echter dat de verlichting niet werkte toen betrokkene remde en zijn richtingaanwijzer gebruikte.

De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt voor de gedraging en dat betrokkene geen specifieke feiten aanvoerde die de juistheid van deze verklaring in twijfel trekken. De boete is daarom terecht opgelegd.

Wel is vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling van de zaak is overschreden, aangezien de boete op 3 augustus 2023 werd opgelegd en de procedure tot 4 december 2025 duurde, ruim vier maanden langer dan de toegestane twee jaar. Daarom matigt de rechtbank de boete met 25%.

De beslissing van de officier van justitie wordt gewijzigd, de boete wordt verlaagd tot €120,- plus €9 administratiekosten, en het teveel betaalde bedrag van €40,- wordt terugbetaald aan betrokkene.

Uitkomst: De boete wegens niet werkende verlichting aanhangwagen wordt gematigd met 25% vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 11654232 \ MB VERZ 25-397
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 4 december 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 december 2025. Namens de officier van justitie is verschenen D. van der Teen (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: verlichting aanhangwagen is niet zodanig aangesloten, dat deze overeenkomen met trekkend voertuig op de Roosendaalseweg te St. Willebrord op 22 juli 2023 om 15.27 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. De verlichting werkte gewoon. De verbalisant had een spoedgeval en nam om die reden niet de moeite om de verlichting te controleren. Betrokkene heeft tijdens het hoorgesprek samengevat verklaard dat de staandehouding overdag plaats vond en hij daarom geen verlichting hoefde te voeren. De verlichting werkte ook gewoon. Ook reed betrokkene op de A58 en dus niet op de Roosendaalseweg.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat hij op de A58 achter de verbalisant reed en zijn remverlichting of richtingaanwijzer niet heeft gebruikt. De verbalisant heeft de gedraging daarom niet kunnen vaststellen.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep deels gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Op grond van de verklaring van de verbalisant kan de gedraging worden vastgesteld. Het is begrijpelijk dat de verbalisant wegging van de pleeglocatie, gezien hij een spoedmelding kreeg. Nu er een staandehouding heeft plaatsgevonden, is het voor betrokkene duidelijk om welke pleeglocatie het gaat.
De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het boetebedrag te matigen met 25% omdat de redelijke termijn is overschreden. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het beroep voor het overige ongegrond te verklaren.

Overwegingen

InhoudelijkDe kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Deze heeft immers duidelijk opgeschreven dat hij heeft waargenomen dat de verlichting van de aanhanger niet werkte toen betrokkene remde en zijn richtingaanwijzer gebruikte.
De boete is dus terecht opgelegd.
Overschrijding redelijke termijn
Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 3 augustus 2023 en is de redelijke termijn dus met ruim 4 maanden overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 120,-, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 40,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E.H. de Vries, en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: