Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat zijn bromfiets op 9 oktober 2023 niet verzekerd was en de tenaamstelling niet was geschorst. Betrokkene voerde aan dat de boete onredelijk was omdat de scooter in een privégarage stond en niet op de openbare weg werd gebruikt.
De officier van justitie stelde dat de gedraging vaststond en dat het de verantwoordelijkheid van de kentekenhouder is om een verzekering af te sluiten of de tenaamstelling te schorsen. De officier verzocht om matiging van de boete met 25% vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
De kantonrechter oordeelde dat de boete terecht was opgelegd, maar dat de redelijke termijn van behandeling met bijna een week was overschreden. Daarom werd de boete gematigd met 25%. Tevens werd de officier van justitie opgedragen het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling terug te betalen.
De uitspraak werd gedaan op 4 december 2025 door kantonrechter Speekenbrink. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.