Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[naam]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden op het voetpad in Tilburg op 28 december 2022. Hij stelde dat de navigatie hem het voetgangersgebied in stuurde en dat hij direct omkeerde na het zien van het verkeersbord. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en foto’s in het dossier. Het onmiddellijke omkeren van betrokkene gaf geen reden tot matiging van de boete. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, met ruim tien maanden was overschreden.
Gezien deze overschrijding matigde de kantonrechter de boete met 25%, waardoor het beroep gedeeltelijk gegrond werd verklaard. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling terug te betalen. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter S.W.M. Speekenbrink op 25 november 2025.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en boete met 25% gematigd wegens overschrijding redelijke termijn.