Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[naam]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 25 november 2025 uitspraak gedaan in een beroep tegen een verkeersboete. Betrokkene had een administratieve sanctie opgelegd gekregen voor het rijden op het trottoir op de Stadhuisstraat te Tilburg op 28 december 2022. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie, die het beroep ongegrond had verklaard. Tijdens de zitting was betrokkene niet aanwezig, maar de zittingsvertegenwoordiger van de officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat de boete gedeeltelijk gegrond verklaard moest worden, gezien de omstandigheden waaronder de gedraging had plaatsgevonden. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de gedraging voldoende was aangetoond door middel van bewijsstukken, waaronder een foto. Echter, de kantonrechter heeft ook geconstateerd dat er sprake was van een overschrijding van de redelijke termijn van berechting, wat aanleiding gaf om de boete met 25% te matigen. De uiteindelijke beslissing was dat de boete werd verlaagd tot € 112,50, met een terugbetaling van € 37,50 aan betrokkene voor te veel betaalde zekerheid. De uitspraak is openbaar gedaan en betrokkene heeft de mogelijkheid om binnen zes weken hoger beroep in te stellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.