Belanghebbende, eigenaar van een appartementsrecht met exclusief gebruiksrecht op een ligplaats in de stadshaven van Vlissingen, betwistte de aanslag OZB die door de gemeente was opgelegd. Hij stelde dat hij geen eigenaar is van de ondergrond, maar slechts een eeuwigdurend gebruiksrecht heeft, zodat geen aanslag OZB verschuldigd zou zijn.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 17 juli 2024 waarin werd geoordeeld dat het appartementsrecht inclusief een onverdeeld aandeel in het registergoed en de daarop gevestigde bebouwing onroerend is en daarmee onder de OZB-heffing valt. De rechtbank concludeert dat het feitencomplex en de juridische beoordeling in deze zaak gelijk zijn aan die eerdere zaak.
De rechtbank oordeelt dat de aanslag OZB terecht is opgelegd, omdat het appartementsrecht meer omvat dan alleen het gebruiksrecht en dat belanghebbende als eigenaar van een onroerende zaak kan worden aangeslagen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de aanslag blijft in stand en belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding.