Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd een verkeersboete opgelegd wegens het negeren van een geslotenverklaring (bord C2) op de Dr. Deelenlaan te Tilburg op 29 juni 2022. Betrokkene stelde dat de gedraging niet had plaatsgevonden omdat er geen C2-bebording aanwezig was. De officier van justitie handhaafde de boete, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt dat de gedraging is verricht, mede omdat de verbalisant voorafgaand aan de controle de aanwezigheid van bebording had gecontroleerd. De stelling van betrokkene dat er geen bebording was, werd niet aannemelijk gemaakt.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling van de zaak met ruim een jaar was overschreden, aangezien de boete op 29 juni 2022 werd opgelegd en de uitspraak op 25 november 2025 plaatsvond. Daarom werd de boete met 25% gematigd. Tevens werd een proceskostenvergoeding van €453,50 toegekend aan betrokkene.
Uitkomst: De boete wordt met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn en proceskosten worden toegekend.