Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden met 11 km per uur te hard op de N261 te Tilburg op 22 juni 2023. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en dat betrokkene geen specifieke feiten aanvoerde die twijfel rechtvaardigen. De boete is terecht opgelegd. Wel is de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak overschreden, aangezien de boete op 4 juli 2023 werd opgelegd en de procedure tot 25 november 2025 duurde, ruim vier maanden langer dan de toegestane twee jaar.
Daarom matigde de kantonrechter de boete met 25%. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend vanwege samenhang met een andere zaak van betrokkene. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter S.W.M. Speekenbrink op 25 november 2025.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en boete met 25% gematigd wegens overschrijding redelijke termijn.