Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 25 november 2025 uitspraak gedaan in een beroep tegen een verkeersboete. De betrokkene had een administratieve sanctie opgelegd gekregen voor het negeren van een rood verkeerslicht op de Ringbaan West te Tilburg op 27 april 2023. De officier van justitie had het beroep van de betrokkene ongegrond verklaard, waarna de betrokkene in beroep ging bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 25 november 2025 was de betrokkene niet aanwezig, maar zijn gemachtigde had wel een beroepschrift ingediend. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de gedraging, het passeren van een rood verkeerslicht, voldoende was komen vast te staan op basis van de beschikbare foto’s. Echter, de kantonrechter heeft ook geconstateerd dat er sprake was van een overschrijding van de redelijke termijn, aangezien de procedure langer dan twee jaar had geduurd. Dit leidde tot de beslissing om de boete met 25% te matigen. De kantonrechter heeft het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard, de boete verlaagd tot € 210,- en de officier van justitie opgedragen het teveel betaalde bedrag van € 70,- aan de betrokkene terug te betalen. Tevens is er een proceskostenvergoeding van € 453,50 toegekend aan de betrokkene.