Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het doorrijden bij een rood verkeerslicht op 27 april 2023 te Tilburg. Betrokkene stelde dat niet is vastgesteld dat het rode licht werd gepasseerd en dat de remlichten zichtbaar waren, wat duidt op stoppen. De rechtbank stelde vast dat de stopstreep werd gepasseerd terwijl het licht rood was, en dat betrokkene onvoldoende had geanticipeerd op het verkeerslicht.
De rechtbank overwoog dat een bestuurder geacht wordt tijdig te stoppen voor een rood licht, en dat het doorrijden na geel licht het risico inhoudt dat het licht rood wordt tijdens de manoeuvre. De snelheid van betrokkene bij de foto was 37 km/u, wat het aannemelijk maakt dat er niet werd gestopt na de stopstreep.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak met ruim zes maanden was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. De officier van justitie werd opgedragen het te veel betaalde bedrag terug te betalen en de proceskosten van €453,50 aan betrokkene te vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter Speekenbrink op 25 november 2025. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete wordt met 25% gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.