Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het rijden van 26 km per uur te hard binnen de bebouwde kom op de Zevenheuvelenweg te Tilburg op 17 december 2022. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, stellende dat ten onrechte geen staandehouding had plaatsgevonden, wat volgens artikel 5 Wahv Pro vereist is.
De rechtbank oordeelt dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant, die in beginsel voldoende is. De verbalisant zag af van staandehouding omdat de controle een eenmansactie betrof, waardoor er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was. De boete is daarom terecht aan de kentekenhouder opgelegd.
Wel is de redelijke termijn van behandeling overschreden, aangezien de boete op 2 januari 2023 werd opgelegd en de procedure tot 25 november 2025 duurde, ruim tien maanden langer dan toegestaan. Daarom wordt de boete met 25% gematigd. Tevens wordt een proceskostenvergoeding van €453,50 toegekend aan betrokkene.
Uitkomst: De rechtbank matigt de verkeersboete met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn en verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond.