Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het rijden op een voetgangersgebied in Tilburg op 30 maart 2022. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat de wegindeling en bebording voldoen aan het beleidskader voor voetgangersgebieden. De boete is daarom terecht opgelegd. Wel is de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak overschreden, aangezien de boete op 28 april 2022 werd opgelegd en de procedure meer dan anderhalf jaar heeft geduurd.
Vanwege deze overschrijding matigde de kantonrechter de boete met 25%. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding van €453,50 toegekend aan betrokkene. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag van €37,50 terug te betalen. De beslissing van de officier van justitie werd daarmee gewijzigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete wegens rijden op een voetgangersgebied wordt met 25% gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.