Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden op een voetgangersgebied in Tilburg op 16 mei 2022. Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, die dit ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat de wegindeling en bebording voldoen aan het beleidskader voor voetgangersgebieden. De boete is daarom terecht opgelegd. Wel is de hoorplicht door de officier van justitie geschonden, omdat betrokkene niet is gehoord, wat volgens vaste rechtspraak leidt tot vernietiging van die beslissing.
Daarnaast is de redelijke termijn van berechting overschreden, aangezien de procedure langer dan twee jaar duurde. Daarom matigt de kantonrechter de boete met 25% vanwege de hoorplichtschending en nogmaals met 25% wegens termijnoverschrijding. Tevens wordt een proceskostenvergoeding toegekend en dient de officier van justitie het teveel betaalde bedrag terug te betalen.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete gematigd wegens schending hoorplicht en overschrijding redelijke termijn.