Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het rijden op het voetpad aan de Nieuwlandstraat te Tilburg op 23 februari 2023. Betrokkene voerde aan dat de boete onterecht was omdat er geen verkeersbord zichtbaar was op de foto en dat de camera alleen aan het begin van de straat stond, waardoor onduidelijkheid zou bestaan over de overtreding.
De officier van justitie stelde dat de bebording op de locatie deugdelijk was, ondersteund door twee schouwrapporten van januari en februari 2023. De rechtbank stelde vast dat de overtreding met een flitspaal was vastgesteld en dat de bebording sinds november 2021 duidelijk maakt dat het een voetgangersgebied betreft.
Hoewel de boete terecht was opgelegd, oordeelde de rechtbank dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden. De boete werd daarom met 25% gematigd. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag aan betrokkene terug te betalen.
De rechtbank verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond en wijzigde de beslissing van de officier van justitie door de boete te matigen tot €112,50 plus administratiekosten. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De rechtbank matigt de verkeersboete met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn en verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond.