ECLI:NL:RBZWB:2025:9694

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
11091411 \ MB VERZ 24-660
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke toewijzing beroep tegen verkeersboete wegens rijden op voetpad in Tilburg

Betrokkene werd beboet voor het rijden op het voetpad aan de Nieuwlandstraat te Tilburg op 23 februari 2023. Betrokkene voerde aan dat de boete onterecht was omdat er geen verkeersbord zichtbaar was op de foto en dat de camera alleen aan het begin van de straat stond, waardoor onduidelijkheid zou bestaan over de overtreding.

De officier van justitie stelde dat de bebording op de locatie deugdelijk was, ondersteund door twee schouwrapporten van januari en februari 2023. De rechtbank stelde vast dat de overtreding met een flitspaal was vastgesteld en dat de bebording sinds november 2021 duidelijk maakt dat het een voetgangersgebied betreft.

Hoewel de boete terecht was opgelegd, oordeelde de rechtbank dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden. De boete werd daarom met 25% gematigd. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag aan betrokkene terug te betalen.

De rechtbank verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond en wijzigde de beslissing van de officier van justitie door de boete te matigen tot €112,50 plus administratiekosten. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De rechtbank matigt de verkeersboete met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn en verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer.: 11091411 \ MB VERZ 24-660
CJIB-nummer: [cjib-nummer]
uitspraakdatum: 25 november 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 25 november 2025. Namens de officier van justitie is verschenen [zittingsvertegenwoordiger] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is met kennisgeving vooraf niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op de Nieuwlandstraat te Tilburg op 23 februari 2023 om 17:58 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete ten onrechte is opgelegd. Op de foto in het dossier is geen verkeersbord te zien waaruit blijkt dat betrokkene een verboden gebied is ingereden. Daarnaast bevat het dossier geen foto waaruit blijkt dat betrokkene is omgekeerd. Betrokkene verwijst naar de uitspraak van de kantonrechter Zeeland-West-Brabant. Betrokkene heeft aanvullend aangevoerd dat er alleen aan het begin van de Nieuwlandstraat een camera staat. Hierdoor worden bestuurders die alsnog omkeren geflitst als zijnde overtreders. Als men ook aan het eind van de Nieuwlandstraat een camera plaats kan er met 100% zekerheid worden gesteld dat bestuurders zijn doorgereden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het dossier bevat schouwrapporten waaruit blijkt dat de bebording ten tijde van de gedraging in orde was. De gedraging kan dan ook voldoende worden vastgesteld. Wel is er sprake van overschrijding van de redelijke termijn, waardoor de zittingsvertegenwoordiger verzoekt de boete met 25% te matigen.

Overwegingen

Inhoudelijk
Het dossier bevat een foto van de gedraging. De gedraging is vastgesteld met behulp van een flitspaal, waarbij is opgemerkt dat de juiste plaatsing van de verkeersborden maandelijks wordt geschouwd. Het dossier bevat twee schouwrapporten, die dateren van 24 januari 2023 en 24 februari 2023. De gedraging heeft plaatsgevonden op 23 februari 2023. Hierdoor kan worden vastgesteld dat er sprake was van deugdelijke bebording ten tijde van de gedraging.
Na aanpassing van de feitelijke situatie (met onder meer een inritconstructie) is vanaf 3 november 2021 (periode 3) naar het oordeel van de kantonrechter zonder twijfel voor eenieder voldoende duidelijk of moet het in ieder geval duidelijk zijn, dat op die plek een voetgangersgebied begint. In beginsel is er dan ook geen aanleiding om boetes die zijn opgelegd vanaf 3 november 2021 onrechtmatig te achten of te matigen.
De boete is dus terecht opgelegd.
Overschrijding redelijke termijn
Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 23 maart 2023 en is de redelijke termijn dus met ruim acht maanden overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 112,50, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 37,50, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: