ECLI:NL:RBZWB:2025:9694

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
11091411 \ MB VERZ 24-660
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke gegrondverklaring beroep tegen verkeersboete met matiging wegens overschrijding redelijke termijn

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 25 november 2025 uitspraak gedaan in een beroep tegen een verkeersboete. De betrokkene had een administratieve sanctie opgelegd gekregen voor het rijden op het trottoir op de Nieuwlandstraat te Tilburg op 23 februari 2023. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie, die het beroep ongegrond had verklaard. Tijdens de zitting op 25 november 2025 is de zaak behandeld, waarbij de betrokkene niet aanwezig was, maar wel zijn standpunten had ingediend. De zittingsvertegenwoordiger van de officier van justitie heeft verzocht om de boete gedeeltelijk te matigen, omdat er sprake was van een overschrijding van de redelijke termijn van berechting.

De kantonrechter heeft vastgesteld dat de gedraging voldoende was aangetoond door middel van schouwrapporten en foto’s. Echter, de rechter heeft ook geoordeeld dat de redelijke termijn van berechting was overschreden, aangezien de procedure langer dan twee jaar had geduurd. Dit leidde tot de beslissing om de boete met 25% te matigen. De kantonrechter heeft de beslissing van de officier van justitie gewijzigd, waardoor de boete werd verlaagd tot € 112,50, plus administratiekosten. Tevens werd de officier van justitie opgedragen om het teveel betaalde bedrag aan de betrokkene terug te betalen.

De uitspraak benadrukt het belang van een redelijke termijn in rechtsprocedures en de mogelijkheid tot matiging van boetes in geval van overschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer.: 11091411 \ MB VERZ 24-660
CJIB-nummer: [cjib-nummer]
uitspraakdatum: 25 november 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 25 november 2025. Namens de officier van justitie is verschenen [zittingsvertegenwoordiger] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is met kennisgeving vooraf niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op de Nieuwlandstraat te Tilburg op 23 februari 2023 om 17:58 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete ten onrechte is opgelegd. Op de foto in het dossier is geen verkeersbord te zien waaruit blijkt dat betrokkene een verboden gebied is ingereden. Daarnaast bevat het dossier geen foto waaruit blijkt dat betrokkene is omgekeerd. Betrokkene verwijst naar de uitspraak van de kantonrechter Zeeland-West-Brabant. Betrokkene heeft aanvullend aangevoerd dat er alleen aan het begin van de Nieuwlandstraat een camera staat. Hierdoor worden bestuurders die alsnog omkeren geflitst als zijnde overtreders. Als men ook aan het eind van de Nieuwlandstraat een camera plaats kan er met 100% zekerheid worden gesteld dat bestuurders zijn doorgereden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het dossier bevat schouwrapporten waaruit blijkt dat de bebording ten tijde van de gedraging in orde was. De gedraging kan dan ook voldoende worden vastgesteld. Wel is er sprake van overschrijding van de redelijke termijn, waardoor de zittingsvertegenwoordiger verzoekt de boete met 25% te matigen.

Overwegingen

Inhoudelijk
Het dossier bevat een foto van de gedraging. De gedraging is vastgesteld met behulp van een flitspaal, waarbij is opgemerkt dat de juiste plaatsing van de verkeersborden maandelijks wordt geschouwd. Het dossier bevat twee schouwrapporten, die dateren van 24 januari 2023 en 24 februari 2023. De gedraging heeft plaatsgevonden op 23 februari 2023. Hierdoor kan worden vastgesteld dat er sprake was van deugdelijke bebording ten tijde van de gedraging.
Na aanpassing van de feitelijke situatie (met onder meer een inritconstructie) is vanaf 3 november 2021 (periode 3) naar het oordeel van de kantonrechter zonder twijfel voor eenieder voldoende duidelijk of moet het in ieder geval duidelijk zijn, dat op die plek een voetgangersgebied begint. In beginsel is er dan ook geen aanleiding om boetes die zijn opgelegd vanaf 3 november 2021 onrechtmatig te achten of te matigen.
De boete is dus terecht opgelegd.
Overschrijding redelijke termijn
Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 23 maart 2023 en is de redelijke termijn dus met ruim acht maanden overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 112,50, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 37,50, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: