Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete voor het parkeren op een plek waar dat niet was toegestaan, ondanks het bezit van een gehandicaptenparkeerkaart. Betrokkene stelde dat alle invalideparkeerplaatsen bezet waren en dat zij door haar beperkte mobiliteit genoodzaakt was op die plek te parkeren. Tevens zou zij door parkeerwachters zijn verzekerd dat parkeren daar was toegestaan, en was zij niet op de hoogte van de verplichting een blauwe parkeerschijf te plaatsen.
De officier van justitie handhaafde de boete, maar erkende een overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en foto’s, en dat betrokkene verantwoordelijk is voor het naleven van parkeerregels. Wel matigde de rechtbank de boete met 25% vanwege de overschrijding van de redelijke termijn van meer dan drie maanden.
Daarnaast kende de rechtbank een proceskostenvergoeding toe aan betrokkene. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen. De beslissing van de officier van justitie werd daarmee gedeeltelijk gewijzigd.
Uitkomst: De rechtbank matigt de parkeerboete met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn en wijzigt de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk.