Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 25 november 2025 uitspraak gedaan in een beroep tegen een verkeersboete. De betrokkene, een B.V., had een boete ontvangen voor het parkeren van een voertuig op een verboden plek op het Koningsplein te Tilburg op 22 juli 2023. De betrokkene voerde aan dat zij minder valide is en in het bezit is van een gehandicaptenparkeerkaart, maar dat alle invalideparkeerplaatsen bezet waren. De betrokkene stelde dat zij op de hoogte was gesteld door parkeerwachters dat zij daar mocht parkeren en dat zij niet wist dat een blauwe parkeerschijf vereist was. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging voldoende was vastgesteld op basis van de verklaring van de verbalisant en dat de boete terecht was opgelegd. Echter, de kantonrechter erkende ook dat er sprake was van een overschrijding van de redelijke termijn in de procedure, wat leidde tot een gedeeltelijke gegrondverklaring van het beroep. De boete werd met 25% gematigd en de officier van justitie werd opgedragen het te veel betaalde bedrag aan de betrokkene terug te betalen. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding toegekend aan de betrokkene.