ECLI:NL:RBZWB:2025:9741

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
AWB - 25 _ 2959
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015Art. 6:162 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek verruiming indicatie hulp bij het huishouden op grond van de Wmo

Eiseres ontving een maatwerkvoorziening van 5 uur per week hulp bij het huishouden op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Zij verzocht op 14 juli 2023 om verruiming van deze hulp, maar het college besloot op 25 oktober 2023 dit niet te honoreren. Na bezwaar werd dit besluit op 16 april 2025 gehandhaafd, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank.

De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit betrekking heeft op een afgesloten periode (1 januari 2024 tot en met 31 december 2024). Hoewel doorgaans geen procesbelang bestaat bij beoordeling van een verstreken periode, was dit hier anders omdat eiseres bezwaar had gemaakt tegen de indicatie voor 2026, waardoor een inhoudelijke beoordeling relevant is.

Eiseres stelde dat de toegekende uren onvoldoende zijn, mede vanwege de grootte van haar woning en het niet zorgvuldig volgen van het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep. Het college verwees naar de Beleidsregel maatschappelijke ondersteuning Hbhplus gemeente Roosendaal 2020, gebaseerd op een onafhankelijk KPMG-onderzoek en het CIZ-protocol, als grondslag voor de indicatie.

De rechtbank vond dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat de toegekende uren onvoldoende waren voor een schoon en leefbaar huis, noch dat het beoordelingskader onjuist was toegepast. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, zonder toekenning van proceskostenvergoeding of griffierecht.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot handhaving van 5 uur hulp bij het huishouden per week wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/2959 WMO15

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 december 2025 in de zaak tussen

[eiseres] te [plaats], eiseres,

(gemachtigde: mr. I.E. Mussche)
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal(college).

Inleiding

1. Eiseres ontving een maatwerkvoorziening van 5 uur per week hulp bij het huishouden op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Zij heeft op 14 juli 2023 verzocht om verruiming van de hulp bij het huishouden. Met een besluit van 25 oktober 2023 (primaire besluit) heeft het college eiseres meegedeeld dat zij in 2024 huishoudelijke hulp voor 5 uur per week ontvangt. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit.
1.1.
Met het besluit van 16 april 2025 (bestreden besluit) is het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
1.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.3.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
1.4.
Het beroep is besproken op de zitting van de rechtbank op 8 december 2025 in Breda. Hierbij waren aanwezig: eiseres, haar echtgenoot en haar gemachtigde. Namens het college waren aanwezig mr. I. Boujamid en [naam 1].

Beoordeling door de rechtbank

2. Eiseres heeft in beroep aangevoerd dat met de toegekende voorziening het beoogde doel van een schoon en leefbaar huis niet gerealiseerd kan worden. Er is ten onrechte geen rekening gehouden met de grootte van de woning. Daarnaast is zij van mening dat het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) niet op zorgvuldige wijze is gevolgd. Verder heeft zij zich afgevraagd in hoeverre [naam 2] over mandaat beschikte om namens het college het primaire besluit te nemen. Ook stelt zij dat het primaire besluit een wettelijke grondslag ontbeert. Verder is haar niet duidelijk welk beoordelingskader er wordt gebruikt bij het indiceren van het aantal uren huishoudelijke ondersteuning.

Standpunt van het college

3. Het college stelt zich op het standpunt dat de toegekende 5 uur per week toereikend is om de woning schoon te maken. Aan eiseres is 120 minuten basis toegekend, 90 minuten voor de was, 30 minuten voor extra was en 60 minuten extra ondersteuning in verband met een hoger niveau van hygiëne of schoonhouden
.
Procesbelang
4. De rechtbank stelt vast dat het bestreden besluit ziet op een afgesloten periode in het verleden, te weten 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024. In beginsel geldt dat geen procesbelang kan zijn gelegen in de beoordeling van een reeds verstreken periode, tenzij sprake is van een onderbouwd verzoek om schadevergoeding dan wel een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit van belang kan zijn voor een toekomstige periode. Niet is gebleken dat eiseres over de in geding zijnde periode meer huishoudelijke hulp heeft ingekocht en betaald dan de toegekende 5 uur en dat zij daardoor schade heeft geleden. Ter zitting is evenwel gebleken dat eiseres bezwaar heeft gemaakt tegen de aan haar voor 2026 toegekende huishoudelijke hulp voor 5 uur per week. De rechtbank is daarom van oordeel dat inhoudelijke beoordeling van de in geding zijnde periode ook van belang is voor een toekomstige periode en dat eiseres voldoende procesbelang heeft.
5. De rechtbank overweegt voorts dat zij niet zal ingaan op de opmerkingen van eiseres met betrekking tot het primaire besluit. Ter toetsing ligt namelijk voor het bestreden besluit
en niet het primaire besluit. De rechtbank gaat evenmin in op de stelling van eiseres dat het
het stappenplan van de CRvB niet op zorgvuldige wijze is gevolgd nu deze stelling niet is onderbouwd.
5.1.
Het college heeft zijn standpunt gebaseerd op de Beleidsregel maatschappelijke ondersteuning Hbhplus gemeente Roosendaal 2020 (hierna: Beleidsregel). Daarin is de basisvoorziening voor een schoon en leefbaar huis vastgesteld op 105 uur per jaar. De basisvoorziening is volgens de Beleidsregel gebaseerd op het KPMG-onderzoek. Volgens vaste rechtspraak van de CRvB kan dit onderzoek worden aangemerkt als een onafhankelijk en deugdelijk onderzoek (zie uitspraak van 10 december 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3835). Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat voor een schoon en leefbaar huis vanwege de grootte van de woning de door het college verstrekte tijd niet toereikend is.
5.2.
In bijlage 3 van de Beleidsregel is bepaald dat het CIZ-protocol (Richtlijn indicatieadvisering Hulp bij het Huishouden januari 2011) basis is voor extra ondersteuning buiten de basisvoorziening. Deze bijlage bevat een overzicht van verschillende taken, waaronder met betrekking tot een hoger niveau van hygiëne of schoonhouden en wasverzorging. Uit vaste rechtspraak van de CRvB (zie uitspraak van 17 april 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:743) volgt dat mag worden uitgegaan van het CIZ-protocol. Eiseres heeft evenmin aannemelijk gemaakt dat de aan haar verstrekte tijd voor de was en voor extra ondersteuning in verband met een hoger niveau van hygiëne of schoonhouden niet toereikend is
.

Conclusie

6. Het beroep is daarom ongegrond. Omdat het beroep ongegrond is, krijgt eiseres geen proceskostenvergoeding. Ook krijgt eiseres het griffierecht niet vergoed.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.M. Pasmans, griffier, op 24 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen.
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.