Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.De ontvankelijkheid van het beroep
5.Conclusie en gevolgen
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2021 beroep ingesteld nadat bezwaar was afgewezen. De aanslag was gebaseerd op een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 20.382 met een te betalen bedrag van € 302, inclusief belastingrente.
Tijdens de procedure bleek dat belanghebbende in 2021 uitkeringen ontving op grond van de Participatiewet en dat de schuldsaneringsregeling op zijn verzoek was beëindigd met een 'schone lei'. De Belastingdienst had de aanslag vervolgens kwijtgescholden. Belanghebbende gaf aan geen fiscaal of financieel belang meer te hebben bij de vaststelling van het belastbaar inkomen, en wilde slechts de rechtmatigheid van de inkomensopgave van Orionis Walcheren laten beoordelen.
De rechtbank oordeelde dat een louter formeel of principieel belang onvoldoende is voor ontvankelijkheid in het beroep. Gezien de beëindiging van de schuldsaneringsregeling en de kwijtschelding van de aanslag ontbrak het belang. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard en is geen inhoudelijke beoordeling van de juistheid van de inkomensopgave gegeven. Het griffierecht blijft voor rekening van belanghebbende.
De uitspraak is gedaan door rechter J.P.A. Boersma en griffier S. Panah op 21 februari 2025 te Middelburg. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een voldoende procesbelang.