Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Conclusie en gevolgen
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, met Nederlandse nationaliteit, ontving in 2017 een uitkering van de Federale Pensioendienst in België en een pensioen uit Canada. Bij de aangifte gaf hij aan dat deze inkomsten niet belast waren in Nederland volgens het belastingverdrag, waarop de inspecteur een aftrek elders belast toepaste.
Later stelde de inspecteur na nader onderzoek vast dat het pensioen uit België wel belastbaar was in Nederland en legde navorderingsaanslagen op voor 2017, 2018 en 2019, waarbij het bedrag voor aftrek elders belast werd verminderd. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze navorderingsaanslag.
De rechtbank oordeelt dat de vraagstelling in de aangifte en het antwoord daarop niet bindend zijn voor de belastbaarheid van inkomsten. De inspecteur mocht op grond van de gewijzigde inzichten de navorderingsaanslag opleggen en het bedrag voor aftrek elders belast verminderen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de navorderingsaanslag blijft in stand en belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag blijft in stand.