In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 5 januari 2026, in de zaak tussen eiseres en het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Samenwerking de Bevelanden, wordt de toekenning van een vervoersvoorziening op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) beoordeeld. Eiseres, een 64-jarige vrouw met de ziekte van Raynaud, is het niet eens met de voorwaarden van de vervoersvoorziening die haar is toegekend. De rechtbank behandelt de beroepsgronden van eiseres en komt tot de conclusie dat de toekenning van de Canta, een gesloten buitenwagen, onder de voorwaarden van maximaal 5.000 kilometers per jaar, voldoende tegemoetkomt aan haar lokale vervoersbehoefte. Eiseres had eerder meer kilometers mogen rijden, maar de rechtbank oordeelt dat de nieuwe voorwaarden redelijk zijn en dat er geen noodzaak is voor een hogere kilometervergoeding.
De rechtbank legt uit dat de Bevelanden bij de toekenning van de Canta rekening heeft gehouden met de regionale vervoersbehoefte en dat de voorwaarden in lijn zijn met de beleidsregels. Eiseres heeft niet aangetoond dat zij meer kilometers nodig heeft dan de toegekende 5.000 per jaar. De rechtbank wijst ook het beroep op het vertrouwensbeginsel af, omdat er geen toezeggingen zijn gedaan die eiseres redelijkerwijs mocht verwachten. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wat betekent dat eiseres geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten.