ECLI:NL:RBZWB:2026:10
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen naheffingsaanslag belasting van personenauto’s en motorrijwielen (Bpm)
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 16 juli 2024. De inspecteur had aan belanghebbende een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (Bpm) opgelegd van € 7.862, met een belastingrentebeschikking van € 121. Na bezwaar werd de naheffingsaanslag verlaagd naar € 4.954 en de belastingrentebeschikking naar € 76, met een kostenvergoeding van € 1.248 voor de bezwaarfase. De rechtbank heeft het beroep op 25 november 2025 behandeld, waarbij belanghebbende werd vertegenwoordigd door mr. M.U. Sahin en de inspecteur door mr. [inspecteur 1] en mr. [inspecteur 2]. De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag en belastingrentebeschikking terecht zijn opgelegd. Belanghebbende had aangifte gedaan voor de registratie van een Audi RS6 TFSI quattro en een Bpm van € 20.768 voldaan. De inspecteur had een hertaxatie laten uitvoeren, wat leidde tot de naheffingsaanslag. De rechtbank concludeert dat de herleidingsmethode niet kan worden toegepast en dat de inspecteur de juiste bedragen heeft vastgesteld. Belanghebbende heeft recht op een immateriële schadevergoeding van € 500 vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, maar kent wel een schadevergoeding en proceskostenvergoeding toe aan belanghebbende.