Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beoordeling van haar kinderopvangtoeslag over meerdere jaren. Verweerder heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, waardoor eiseres beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank oordeelt dat de wettelijke beslistermijn op 29 september 2025 is verstreken en dat verweerder de ingebrekestelling op 11 november 2025 heeft ontvangen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder binnen 60 weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn, dus uiterlijk 23 november 2026, een besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100,- per dag dat de beslissing uitblijft, met een maximum van €15.000,-. Daarnaast stelt de rechtbank de reeds verschuldigde bestuurlijke dwangsom vast op €1.442,-.
Omdat het beroep gegrond is verklaard, moet verweerder ook het griffierecht van €53,- en proceskosten van €467,- aan eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.