Eiser heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op zijn bezwaar tegen een wijziging van zijn WIA-uitkering. Hoewel eiser het beroep te vroeg indiende, verklaart de rechtbank het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond omdat het UWV nog steeds geen besluit heeft genomen.
De rechtbank overweegt dat het UWV vanwege een tekort aan verzekeringsartsen en grote werkvoorraden nog geen fysiek spreekuur heeft kunnen houden, waardoor besluitvorming vertraagd is. Desondanks acht de rechtbank het belang van een tijdige beslissing groot en stelt zij een termijn van vier maanden voor het UWV om alsnog te beslissen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat het UWV de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Het griffierecht wordt aan eiser vergoed. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 20 februari 2026.