Eiser heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op zijn bezwaar tegen een wijziging van zijn WIA-uitkering. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is vanwege de overschrijding van de beslistermijn. Eiser had het UWV op 29 september 2025 in gebreke gesteld, waarna het UWV de ingebrekestelling op 30 september 2025 ontving en sindsdien twee weken zijn verstreken zonder besluit.
Het UWV gaf aan dat de vertraging werd veroorzaakt door een tekort aan verzekeringsartsen en dat het sociaal-medisch onderzoek nog niet was afgerond. De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om het bezwaar alsnog te behandelen, rekening houdend met het belang van zorgvuldige besluitvorming en het belang van eiser om binnen afzienbare tijd duidelijkheid te krijgen.
Daarnaast legt de rechtbank het UWV een dwangsom op van €100 per dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 20 februari 2026.