Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de afwijzing van een WIA-uitkering. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is vanwege overschrijding van de beslistermijn. Eiseres had het UWV op 1 juli 2025 in gebreke gesteld, waarna het UWV binnen twee weken had moeten beslissen, maar dit niet heeft gedaan.
De rechtbank legt het UWV op binnen vier maanden na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen, waarbij rekening is gehouden met het tekort aan verzekeringsartsen en het belang van zorgvuldige besluitvorming. Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij verdere overschrijding, met een maximum van €15.000.
Verder moet het UWV het griffierecht van €53 en proceskosten van €467 aan eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 20 februari 2026. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.